Bezoek Fort van Breendonk en het Verdronken Land van Saeftinghe - Sint-Paulus Gent

23/09/2015 14:13Bezoek Fort van Breendonk en het Verdronken Land van Saeftinghe

Op maandag 21 september brachten de leerlingen 6de jaar, campus Marathonstraat, een bezoek aan het Fort van Breendonk en het Verdronken Land van Saeftinghe.

Een boeiende en leerrijke uitstap zoals het onderstaande tekstje duidelijk maakt.

Breendonk is een Belgisch fort bij Willebroek, op circa 20 kilometer ten zuiden van Antwerpen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed het, samen met de Dossinkazerne in Mechelen, dienst als een zogenaamd 'concentratiekamp'.

Tussen september 1940 en september 1944 verbleven ca. 3.600 gevangenen in Breendonk. De leiding van het kamp was in handen van de Duitse SS. De bewakers bestonden uit Belgische collaborateurs.

Tijdens hun verblijf moesten de gevangenen zware dwangarbeid verrichten. Dagelijks moesten ze vernederingen en mishandeling doorstaan. Ze leden onder een gebrek aan hygiëne en uithongering. Velen gevangen bezweken aan ziektes en fysieke ontbering. Daarnaast was er de gevreesde verhoorkamer, waar gevangenen gefolterd werden. Er werden ook executies uitgevoerd.
Een gemiddeld verblijf was 3 à 4 maanden. Nadien werden de overlevenden op transport gezet naar uitroeiingskampen.

Het is het enige dergelijke kamp in West-Europa dat volledig intact is gebleven. Vandaag is het een nationaal gedenkteken. Het beheer van de site is in handen van het ministerie van Defensie.

Het Verdronken Land van Saeftinghe is een getijdengebied.
Ieder hoog tij (2x per 25u) lopen de geulen helemaal vol met brak water. Bij springtij en storm komt alles onder water. Het water stijgt dan met meer dan een meter per uur! De vegetatie is hier geheel aan aangepast en uniek. Dat maakt het gebied tot een unieke biotoop en een boeiend openluchtmuseum.
Geomorfologisch worden getijdengebieden gekenmerkt door slikken, schorren en geulen.

Slikken zijn de lagergelegen delen van de oever, die elke keer bij vloed onder water komen te staan. Het krioelt er van minidiertjes, zoals wormen, krabben en kreeftjes, die gretig worden verorberd door allerlei watervogels en vissen.
Telkens het water opkomt, zet de rivier op de slikken een laagje slib af. Na verloop van tijd komt dit gebied door opslibbing steeds hoger te liggen, waardoor slikken geleidelijk ophogen tot schorren. Maar het getij kan ook stukken terugnemen. Oevers kalven af, schorren worden weer slik en de cyclus van schoropbouw kan weer starten. Zo blijft de natuur steeds in beweging.

De schorren zijn de hoger gelegen delen: ze overstromen niet alle dagen, enkel bij springtij. Op de schorren groeien planten die tegen een flinke portie zout kunnen, zoals lamsoor en zeekraal.

De getijdenwerking zorgt voor aanslibbing en erosie, waardoor steile en diepe geulen ontstaan.

 

Categorie: Schooljaar 2015-2016